KOE 80 heeft een probleem




BESTEL
klik HIER voor enkele uittreksels uit het boek


KOE 80 heeft een probleem
Dirk Barrez
Uitgeverij: EPO i.s.m. Stichting WereldDelen
256 pagina's

prijs: € 10,00


Dirk Barrez, auteur van o.a. Ik wil niet sterven aan de XXste eeuw en De antwoorden van het antiglobalisme is journalist bij de VRT en maakte talrijke tv-reportages, o.a. 'Het gezicht van de honger' en 'Koe 80 heeft een probleem'. Voor 'Het land van ooit. Boeren en groenen' kreeg hij de Dexia Persprijs.

In 'koe 80 heeft een probleem' schetst Dirk Barrez helder en voorzien van veel praktijkvoorbeelden hoe de wereld toegroeit naar een situatie, waarin er nog slechts plaats is voor de agro-industrie en de grootdistributie. De kleinschalige landbouw lijkt (op termijn) geheel te worden weggedrukt. Nu al staat deze zwaar onder druk. Het gaat hier niet om een marginaal probleem. Van de actieve wereldbevolking werkt maar liefst 40% in de landbouw, Worden ook de toeleveranciers en de verwerkers van landbouwproducten meegerekend dan gaat het zelfs om bijna de helft van de wereldbevolking!

Eten moeten we allemaal. En dus is een welvarende landbouw van levensbelang, voor iedereen. Maar wie heeft de landbouw in handen? Via een rondreis over de wereld presenteert Barrez ons de beelden van een ongeremde globalisering, die chaos creëert, de familiale lokale landbouw ruïneert en daarmee het leven en de welvaart van een paar miljard mensen op het platteland. 865 miljoen mensen hebben honger en van hen zijn er 600 miljoen zelf boer! Dirk Barrez rondt zijn boek af met een warm pleidooi voor een duurzame landbouw die het milieu respecteert en niet de ecologische grenzen overschrijdt. Die landbouw moet sociaal en familiaal zijn, zodat landbouwers goed kunnen leven en niet in een ontstellend tempo uitgestoten raken zodat ze verhongeren of als vuilnis gestort worden in uitdijende krottenwijken. Ook de consument wordt hier niet beter van.

Een hoopvol boek, waarin tegelijkertijd harde noten worden gekraakt in het belang van boer en consument en de toekomst van onze planeet.

Het boek is zowel met als zonder educatieve DVD in Nederland te bestellen bij stichting WereldDelen.
Distributie in België - uitgeverij@epo.be
www.epo.be

________________________________________________________________________________________

Uittreksels uit het boek KOE 80 - Boer, consument, agro-industrie en grootdistributie -
Overgenomen uit PALA nieuws 57 van stichting Global Society, 13 september 2007.
Ga voor een gratis abonnement op de PALA e-mail nieuwsbrief naar www.pala.be

Waarom de wereldmarkt
de halve mensheid in de steek laat



1. WAAROM VRIJHANDEL EN WERELDMARKTEN SLECHT OF ZELFS NIET WERKEN VOOR DE LANDBOUW

Van schommelende prijzen, kleine elasticiteit en het leven

Zelfs de slechtste econoom weet dat voedsel geen gewoon product is.

'De landbouw is iets heel anders dan de auto-industrie, het is een levensbelangrijke sector die niet thuishoort in de Wereldhandelsorganisatie.' (Ndiogou Fall, boerenleider Roppa)

Voedsel en landbouwproducten zijn iets aparts, dat weten we allemaal. Denk maar even aan de sterk schommelende prijzen van de meeste landbouwproducten. Die prijzen komen zoals het grootste deel van de economie tot stand op de markt. Daar worden vraag en aanbod met elkaar geconfronteerd. Maar wat zien we? Is er te weinig geoogst, dan schieten de prijzen omhoog, is er wat te veel geoogst, dan nemen ze een duik of storten zelfs ineen. Dat komt doordat net voedsel weinig prijselastisch is, het is niet omdat appelen heel goedkoop zijn dat we er plotseling veel meer van kunnen eten. En wanneer aardappelen peperduur zijn, is het natuurlijk niet zo dat we er best zonder kunnen. Daar komt nog een vervelend verschijnsel bij. Je kunt niet even in de boomgaarden gaan vertellen dat er minder - of meer - appelen moeten zijn en de productie op de velden stopzetten of opdrijven zoals dat in een autofabriek wel kan. In de landbouw is het dus moeilijk om het aanbod af te stemmen op de vraag. En er is nog een ander existentieel verschil. We kunnen wel leven zonder auto's - de meeste mensen doen dat trouwens - maar niet zonder voedsel. De harde realiteit is dat nu net voor dit levensnoodzakelijke product de prijzen zo onvoorspelbaar zijn... en die onvoorspelbaarheid beslist over het leven en dikwijls zelfs over de dood van honderden en nog eens honderden miljoenen mensen.

De markt laat ons in de steek

Voedsel en landbouwproducten in het algemeen zijn dus geen economische producten zoals vele andere. We kunnen er niet omheen: als het de bedoeling is alle mensen aan genoeg, voldoende gevarieerd en betaalbaar voedsel te helpen en als het de bedoeling is al diegenen die voor dat eten zorgen een fatsoenlijk inkomen te bezorgen, dan is de werking van de markt minstens 'suboptimaal'. Dat is een eufemisme om te zeggen dat de markt ons in de steek laat. Om de honger uit te roeien en welvarende gemeenschappen op te bouwen, komen we er niet met de markt, of zeker niet met de markt alleen. En als de prijs op de wereldmarkt wordt gevormd, en niet lokaal of regionaal, schept dat nog meer problemen.

Dalende prijzen, dalende inkomens
Want laten we niet vergeten dat de meeste boeren hun inkomen achteruit zien gaan. Laten we zeker niet vergeten dat van de achthonderdvijfenzestig miljoen ondervoede mensen op onze aarde er zeshonderd miljoen boeren en (vooral) boerinnen zijn.

Of het nu gaat om boeren in India, Frankrijk, Brazilië, Honduras of Senegal, of ze nu rijst, tarwe, soja, maïs of gierst produceren, hun inkomen moeten ze dus grotendeels verdienen op de markt. En zelfs als dat fysiek gesproken een kleine markt is in het dichtstbijzijnde dorp of stadje, gebeurt de prijszetting ook voor hen op de wereldmarkt. Dat is niet zo evident. Neem als voorbeeld de granen. Zij vormen veruit het belangrijkste landbouwproduct. Dat is niet verwonderlijk want granen zijn het basisvoedsel voor de meeste mensen. En arme mensen eten dikwijls amper iets anders. Welnu, achtentachtig procent van al het graan in de wereld wordt lokaal verhandeld en belandt nooit op de wereldmarkt. En toch is het de wereldmarkt waar de beslissing valt over de prijs van het graan. De jongste jaren mogen de graanprijzen dan wel stijgen (zie het volgende hoofdstuk), maar op lange termijn dalen ze vooral. Zo daalden de prijzen van granen, en ook voor soja en andere oliehoudende gewassen, in de tweede helft van de vorige eeuw met tachtig procent of zelfs nog met meer. Hoe komt dat? We weten al dat de landbouwrevolutie, vooral in de jongste zestig jaar, de meest performante landbouwers tot duizend maal meer laat produceren dan het half miljard boeren dat het zonder trekdier en zelfs zonder geselecteerde zaden moet stellen. Wat gebeurt er dan op de wereldmarkt? De prijzen richten zich op de kostprijs van de meest productieve boeren en storten dus ineen. De meeste boeren, veel meer dan we denken, hebben de landbouwrevolutie echter geheel of gedeeltelijk aan zich voorbij zien gaan. Zij kunnen niet werken aan de prijs van de meest begunstigde landbouwers in de wereld. Daarvan kunnen zij onmogelijk leven.

Als het over landbouw gaat, creëert de wereldmarkt honger
Wat is dan het verband tussen deze twee fenomenen, tussen de dalende prijzen op de mondiale markten en arme, hongerige boeren? Wel, arme landbouwers zijn zo arm (gemaakt) dat ze eenvoudigweg niet kunnen investeren om meer te produceren. Als de prijs van hun product in enkele decennia terugvalt op bijvoorbeeld een derde, verdienen ze dus alleen al daardoor drie keer minder. En als erosie, of droogte, of gebrek aan zaaigoed, mest, trekdieren of werktuigen hun schaarse opbrengsten nog verminderen, jaagt dat hun inkomen nog verder naar beneden. We kunnen het niet genoeg herhalen. Het één miljard arme boeren en boerinnen heeft zelfs geen trekdier, laat staan een tractor. Dikwijls hebben ze zelfs geen eigen grond. Wie dan durft vertellen dat de oplossing erin bestaat dat ze op de wereldmarkt beter moeten kunnen concurreren, die dwaalt. Je kunt hen niet laten concurreren met de paar tientallen miljoenen boeren die over de meeste en de beste gronden beschikken, over een tractor en andere machines, over de beste zaden, over mest, over krediet, zelfs over subsidies en marktbescherming, allemaal zaken die zij niet hebben. Dat is alsof je een voetbalwedstrijd zou laten spelen tussen het wereldelftal van Milaan en een duiveltjesploeg uit jouw eigen gemeente, dat is geen eerlijke wedstrijd.

Moordende concurrentie
Op een conferentie over globalisering spreekt de Senegalese boerenleider Mamadou Cissokho tot de Belgische eerste minister: 'Als ik u goed begrijp, moeten wij stoppen met het telen van rijst in de delta van de .Senegalrivier en Thaise rijst invoeren, want die is goedkoper. Zo profiteren wij van de wereldmarkt. Maar wat moeten die tweehonderdduizend mensen dan doen die daar nu leven van de rijstbouw?' En wanneer de eerste minister niet meteen met een antwoord komt, vervolgt hij: 'Weet u wat ze moeten doen? Dan moeten ze naar België trekken, naar Europa, want dat is de enige plaats waar ze een leefbaar inkomen kunnen verdienen.'

De wereldmarkt kan inderdaad veel, zij is prima voor auto's, voor gsm's, voor computers, voor tal van zaken, maar niet voor onze landbouw en onze voedselzekerheid. Op dat gebied leidt ze tot een economische kaalslag. Daar is de concurrentie op de wereldmarkt om meer dan één reden werkelijk moordend, en dat is in dit geval echt niet alleen figuurlijk bedoeld. Daaraan herinneren ons de paar tienduizenden hongerdoden van elke dag, de talrijke mensen ook die hun overtocht naar de Canarische Eilanden, hun bootreis over de Middellandse Zee of hun tocht door de woestijn tussen Mexico en de Verenigde Staten met de dood moeten bekopen.

Het loon van de boer

Als vandaag meer dan twee en een half miljard mensen leven met minder dan twee dollar of zowat anderhalve euro per dag, zijn dat vooral plattelandsbewoners. We begrijpen nu waarom dat zo is. Er is weinig waardering op de wereldmarkt voor hun inspanningen. Want we vinden het maar normaal dat een arbeider, een leerkracht, een warenhuisbediende, een softwareontwikkelaar, zelfs een professor een fair loon of salaris verdient en dat er zoiets bestaat als minimumlonen. Maar blijkbaar begrijpen velen niet dat de prijs die de boer krijgt voor zijn product eigenlijk zijn loon is.

4. SOCIALE KAALSLAG
De chauffeur van de 4x4 geeft gas, veel gas. Het komt er op aan snel genoeg de rivier te doorsnijden om zonder haperingen op de andere oever omhoog te rijden. Een beetje verderop wil Walter Cominetti ons het verlaten dorp tonen: 'Heel de oever was vroeger bewoond. Deze parochie telde 52 families, er leefden in totaal 200 personen in deze gemeenschap. Toen het land niets meer opbracht door verarming en erosie van de grond, zijn alle jongeren naar de stad vertrokken.'

In Hongkong spreekt de Indiase wetenschapster en activiste Vandana Shiva tot een tv-camera. Ze houdt niet op te vertellen hoe erg slechte globalisering wel kan zijn: 'In India pleegden vierhonderdduizend boeren zelfmoord in die gebieden waar de geglobaliseerde landbouw het snelst oprukt.' Gaat het werkelijk zo slecht? - Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid beginnen we ons echt zorgen te maken. In vele dorpen zijn er geen jongeren meer. (Antwoord van een leerkracht van vijfenvijftig, Senegal)

Er is niet alleen de economische en ecologische kaalslag. Al even erg is de sociale kaalslag van het platteland die er het gevolg van is. We herinneren er even aan dat de huidige wereldlandbouw dalende prijzen, lagere inkomens, armoede en werkloosheid veroorzaakt. Het is een economische neergang die ongelijkheid, honger en ziekte voortbrengt, zoals we duidelijkst zagen in Het gezicht van de honger, hoofdstuk drie van het eerste deel. Uit diverse hoeken van de wereld horen we ook hoe dit leidt tot voortdurende stress, ja zelfs zelfmoord. Vaak vallen op het platteland, onder de boeren, de hoogste zelfmoordcijfers te noteren.

Plattelandsvlucht

Nabij Chennai, het oude Madras, ontmoeten we enkele migrantenvrouwen. We verwerken hun verhaal in de korte documentaire Short Cuts Of India: 'We komen uit dorpen in Andra Pradesh, we zijn met vijfenveertig. We werken zes dagen per week, niet elke dag is er werk voor ons. Soms is er zes dagen werk, soms maar vier, soms zelfs een hele week niet. Ons inkomen is juist genoeg om te kunnen eten. Een ander inkomen is er niet.'
'Wij komen naar hier om onze kost te verdienen. Wanneer we ons loon krijgen, komen de lokale bandieten eraan. Ze persen ons geld af. Als we dat niet geven, vragen ze om onze meisjes. We hebben zo weinig en dan pakken ze het ons nog af.'


Die kaalslag is er de reden van dat zoveel mensen in de arme landen naar de grote steden trekken. Zo telde de Senegalese hoofdstad Dakar honderdduizend inwoners na de Tweede Wereldoorlog, een halve eeuw later is dat aantal aangegroeid tot tweeëneenhalf tot drie miljoen inwoners, en Dakar is lang niet de snelst groeiende stad ter wereld. Die migranten van het platteland zoeken werk, ze zoeken een inkomen. Maar heel dikwijls zullen ze dat niet vinden. Want in veel van die steden kwijnt de industrie weg en worden fabrieken gesloten, er is desindustrialisering. Dan is er natuurlijk ook minder behoefte aan diensten voor die industrie. Ook overheden, scholen, klinieken hebben minder volk nodig - denk aan de door het IMF opgedrongen besparingen - en kunnen dus niet investeren in een betere toekomst. Alleen de zogenaamde informele sector van diverse ateliertjes, klusjesmannen en straatverkopers, soms bijna wandelende supermarkten, groeit sterk. Maar het is vrijwel ondoenbaar om een leefbaar inkomen te verdienen wanneer je sigaretten per stuk moet verkopen.

Evenwicht stad - platteland verbroken
Er is nog een andere schaduwzijde aan deze invasie van arbeid in de steden waarbij de nieuwe werknemers concurreren met de stedelijke werknemers. Het stuwt de inkomens naar beneden. Hoe dat komt? De laagste lonen in de steden zijn iets hoger dan het inkomen van de armste boeren, dat lokt hen naar de stad. Wanneer nu de koopkracht van de armste boeren daalt, zijn ze bereid om voor minder geld in de stad te gaan werken en zullen dus ook daar de lonen dalen. Eigenlijk bepalen dus de minimuminkomens van de armste boeren het minimumloon in de stad. Wie denkt dat stad en platteland los van elkaar staan, vergist zich. Uiteindelijk is het voor hen samen uit, samen thuis. De stad kan het zich niet veroorloven om het platteland langdurig te verwaarlozen. Wanneer vakbonden en al wie ijvert voor menswaardige lonen zich dus afvragen van waar die neerwaartse druk op de lonen in de steden blijft komen, kennen ze nu het pijnlijke antwoord. Ze kunnen hun acties niet voeren alsof de armoede van de boeren niet hun zaak is. Alliantievorming tussen vakbonden en boerenbewegingen is de beste weg om hun gezamenlijke belang - een menswaardig inkomen - te verdedigen.

Een samenleving danst niet op één landbouwbeen
'Hoe moet het nu verder met het land?' vraag ik de vertegenwoordiger van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Senegal. 'Tja, met landbouw alleen kom je er niet, maar iets anders is niet mogelijk, want de mensen zijn niet opgeleid.' Ik repliceer dat het IMF een grote verantwoordelijkheid draagt in de terugval van het onderwijs. Maar dat mag ik niet vragen, geen vragen over het verleden. Heel veel mensen willen nochtans uitgerekend dat antwoord kennen, zeker weten.

'We willen niet enkel katoen uitvoeren. We moeten zelf het katoen verwerken en stoffen fabriceren. Zo bouwt men een industrie op.' (Mamadou Cissokho, erevoorzitter Roppa, West-Afrikaanse boerenleider)

Welke rol het IMF ook speelt, die ene opmerking is terecht. Hoe belangrijk de landbouw ook is, er is meer nodig voor een welvarende samenleving. Er zijn leerkrachten nodig en verplegend personeel. Een mens leeft niet van brood alleen. Hij heeft kleding nodig, een huis, vervoer, hij wil zich informeren. Daardoor komt het dat welvarende landen zich hebben geïndustrialiseerd en een heel gevarieerde dienstensector hebben ontwikkeld, zo hebben ze een welvaartsmachine uitgebouwd. Hoe anders verloopt het nog altijd in vele landen van het Zuiden. Zie maar eens naar wat er gebeurt met het katoen uit West-Afrika. In de ontkorrelfabriek zien we hoe de vezels gescheiden raken van de korrels. 'Dat is zowat alles wat hier qua verwerking gebeurt', vertelt directeur Bachir Diop, 'Wij verscheepten vorig jaar achtennegentig procent van het Senegalese katoen naar het buitenland omdat de lokale garenfabrieken zo weinig katoen kunnen verwerken.' Verwonderlijk is dat, want de Senegalezen dragen katoenen kleren. Die moeten ze echter allemaal invoeren. De directeur is ronduit gekant tegen de export van katoen en hij pleit voor het recht op een eigen industrie. Ook de landbouwers zijn daarvoor gewonnen zoals boerenleider Mamadou Cissokho van de Senegalese boerenorganisatie CNCR me laat verstaan: 'Onze ministers die naar de Wereldhandelsorganisatie gaan moeten beseffen dat wij niet uitsluitend katoen willen uitvoeren. Dat is de strijd die wij hier in Afrika moeten voeren. Men moet de tweedehandskleding uit Europa die ons overspoelt, verbieden. We moeten zelf het katoen verwerken en stoffen fabriceren. Zo bouwt men een industrie op.' Hij grijpt zijn hemd vast als overtuigend argument: 'Dit is katoen uit Burkina, geweven door Burkinese wevers. Daarom kies ik ervoor, dit is de toekomst van ons katoen.' Ook directeur Diop draagt katoenen kleren en weet waarom: 'Ik heb gezworen nooit een kostuum met das te dragen, zelfs niet als het de wereldnorm is. Die norm moet weg. Wij kleden ons met Afrikaans katoen.'

Vaarwel succesvol economisch en welvaartsmodel
Waarom doen ze dat dan niet, hun eigen fabrieken bouwen? Tja, begin er eens aan, probeer maar een industrie uit de grond te stampen die meteen de concurrentie moet aangaan op volledig open markten met al die volwassen bedrijven uit landen die zich twintig, dertig of nog veel meer jaren geleden hebben geïndustrialiseerd. Dat is gewoon onmogelijk. Geen enkel land is daar ooit in geslaagd. Alle rijke landen hebben zich geïndustrialiseerd achter min of meer gesloten grenzen, van Groot-Brittannië tot Zuid-Korea en China. Maar nu mag dat dus niet meer. De Wereldhandelsorganisatie zweert bij markten die altijd volledig open moeten zijn. En de wereld laat zich meeslepen, ook als de open wereldmarkt niet de meest adequate oplossing biedt en de gevolgen zelfs desastreus zijn. Want dat zijn ze voor arme landen. Voor hen betekent dit vooreerst dat zij hun eigen landbouwmarkten niet mogen beschermen waardoor de levensstandaard op hun platteland, waar nog altijd de meeste mensen wonen, ineenstuikt. Bovendien is het hen feitelijk onmogelijk gemaakt om hun eigen fabrieken te bouwen en ze te mogen beschermen - zeker in de beginfase - wat alle industrielanden vroeger wel konden. We zijn de les van de geschiedenis dus vergeten. Alle rijke landen hebben hun landbouw productiever gemaakt. De vrijgekomen mensen en middelen - het zogenaamde surplus - hebben ze gebruikt om te industrialiseren. En de eigen samenleving, zeker ook het eigen platteland dat van een beperkte koopkracht kon genieten, diende als eerste afzetmarkt. Welke oorzaken er nog allemaal zijn dat vooral Afrika in de armoede ploetert, de belangrijkste ervan is dat dit allemaal niet meer kan. Wie volgens het boekje van WTO, IMF en Wereldbank moet werken - en heel veel landen zijn daartoe verplicht geweest de jongste decennia - zegt vaarwel aan het meest succesvolle welvaarts- en economische model, in West én Oost, in Noord én Zuid.

Op zoek naar een beter leven
Enkele jaren geleden trof ik, nabij het Colosseum in Rome, twee Afrikanen met een handeltje aan. Ik sprak hen aan, uit nieuwsgierigheid vooral. Ze kwamen uit Senegal.

Meer dan vijfentwintig jaar geleden passeerden we de grens tussen het Californische San Diego en het Mexicaanse Tijuana. Ook toen al was die muur er, om 'hen' tegen te houden, de Mexicanen, de Hondurezen, de Colombianen en al die andere migranten.

Om te ontsnappen aan de armoede investeren Senegalese families intussen in een familielid dat migreert, meestal naar Europa, om er te werken en het gespaarde geld te bezorgen aan de achtergebleven familie. Je kunt hen bijvoorbeeld vinden in de straten van de Italiaanse binnensteden, waar ze van alles en nog wat verkopen. Dit is de dynamiek die vandaag de wereld regeert, eenzelfde verhaal van verarming en crashende inkomens op het platteland in Senegal en in bijna heel Afrika, Honduras en het grootste deel van Midden- en Zuid-Amerika, zelfs in grote delen van Azië - vooral in Zuid-Azië -, Rusland en Oost-Europa. En overal in het Zuiden migreren de mensen naar de steden, overvolle steden die niet in staat zijn om in de groeiende behoeften aan werk en diensten te voorzien; en de mensen trekken verder, naar de plaatsen in de wereld waar ze hopen wat te kunnen verdienen: Noord-Amerika, Europa, Oost-Azië, Zuid-Afrika.

Dit boek kwam tot stand met de steun van Vredeseilanden, het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek, DGOS en de Europese Commissie.
i.s.m. stichting WereldDelen, 2015 De Tijd Loopt, Oxfam Solidariteit, Wervel, 11.11.11, Oxfam Wereldwinkels, Voedselteams, Velt, Bevrijde Wereld, Argus en Global Society

_________________________________________________________________________

Inhoudsopgave

INLEIDING - ONS VOEDSEL REDDEN
Wie zet het eten op tafel?

I. HUIDIGE GLOBALISERING IS CHAOS VOOR LANDBOUW EN VOOR MONDIALE SAMENLEVING
Een chaotische wereld 1. Lof der Zotheid - de sojadriehoek De vlinder van Lorenz treft Afrika - Stroomopwaarts naar Europa - Aan de Braziliaanse bron - Bijna iedereen verliest 2. Een land waar geen plaats is voor mensen Een land waar geen plaats is voor natuur - De zoveelste aderlating… zelfs Brazilië kent honger - Land waar geen plaats is voor mensen, the sequel. Honduras - Waar zelfs rijken niets te zeggen hebben 3. Het gezicht van de honger Peanuts verdienen - Pijnlijke keuzes - Nachtmerrie voor Afrikaanse katoenboeren - Het is niet echt anders in India en in grote delen van Azië 4. Kippentrafiek Het verdriet van Kameroen - Van Braziliaanse soja tot Braziliaanse kippen - Werknemers zonder contract - Concurrentie voor Europa - Veel marktplezier 5. Fruit en groenten, vers van overal Van Guinee-Bissau helemaal naar India, en dan helemaal naar de VS - Een weids plaatje… maar geen mooi plaatje 6. Waar zijn de vissers van Saint-Louis? Waar zijn de vissen? - Sleepnetten, erger dan motorzagen

II. WAT LEERT DE GESCHIEDENIS?
1. Voedsel en landbouw scheppen bloeiende samenlevingen
2. Geen industriële revolutie zonder landbouwrevolutie
3. Globalisering van de voedselproductie is niet nieuw
4. Alle rijke landen beschermen hun landbouw

III. WAT VERTELLEN DE CIJFERS?
1. Wie zijn ze, de boeren? De halve mensheid - Als mensen belangrijk zijn - We schrijven geschiedenis: voor het eerst meer stadsmensen - Nog een historisch keerpunt: landbouw ingehaald door diensten - Boeren blijven even talrijk
2. Wat oogst de boer? Granen blijven het basisvoedsel - Meer dan voedsel alleen
3. Waar gaat de oogst naartoe? Vergeet de interne markt niet
4. Wat is de oogst waard? Kwantiteit zegt niet alles
5. Wat zijn onze landbouwers waard? Verschil in waardering
6. Geen eerste prijs voor de boeren Altijd maar minder - Grilligheid is troef
7. Een nieuwe agrarische revolutie creëert ongelijkheid De economie van het dagelijks brood

IV. WAT IS ER AAN DE HAND? DIEPER SPITTEN
1. Waarom vrijhandel en wereldmarkten slecht of zelfs niet werken voor landbouw Van schommelende prijzen, kleine elasticiteit en het leven zelf - De markt laat ons in de steek - Dalende prijzen, dalende inkomens - Als het over landbouw gaat, creëert de wereldmarkt honger - Moordende concurrentie - Het loon van de boer - Mensen zonder rechten - De dalende ruilvoet… wat is dat?
2. Kapers op de wereldmarkten, oude en nieuwe Er is geen overproductie, integendeel - Wie eet, en wie eet niet? - Oude kapers op de wereldmarkt - Nieuwe kapers: van vleeseters en energiegewassenvreters
3. De landbouw raakt zijn (ecologische) duurzaamheid kwijt Vervlogen droom - We koesteren onze aarde niet - De teloorgang van bossen en weiden - Leeggeschepte visgronden - De tragedie van de 'commons' - Moderne landbouw niet zo milieuvriendelijk - Genetische erosie - De biotechnologie: een vloek voor diversiteit - Genetisch gewijzigd voedsel - Ecologische overshoot - Ecologische schuld - Milieuvernietiging veroorzaakt armoede
4. Sociale kaalslag Plattelandsvlucht - Evenwicht stad-platteland verbroken - Een samenleving danst niet op één landbouwbeen - Vaarwel succesvol economisch en welvaartsmodel - Op zoek naar een beter leven
5. De weg van de agro-industrie De groten eten de kleineren op - De vloek van grootgrondbezit - De industrialisering van de landbouw - Koe nummer 80 heeft een probleem - Grootmachten van de landbouwhandel - De agro-industrie: om de keten is het te doen - Integreren
6. Wurgende omhelzing: landbouwers gekneld tussen de multinationals van input en output Van onafhankelijkheid en vrijheid, de dingen die voorbijgaan - De inputpotentaten - De outputgiganten - Doodgekust en platgewalst
7. It's the distribution stupid Van Chiquita en Carrefour - Ik wil de grootste zijn. Nestlé of Wal-Mart? - Wal-Mart, geen kleine kruidenier, wel een lastpak
8. Slecht beleid Weg met de 'kleintjes' - Van lagere prijzen en grotere overschotten, geen sprookje - Voor wie de winst, en wie zit op de blaren? - Europa snijdt een bocht aan - Voor wie zijn de Europese landbouwsubsidies - Mondiale onweerswolken - Vrij spel voor de grote landbouwexporteurs? - Welke keuze maakt Europa?
9. En de grote winnaar is… niet de mens? 'De grote winnaar is de consument' - Oogverblinding: zelfs de consument verliest - Gerommel in de voedselketen - Alle kenmerken van een pyrrusoverwinning - Kronkel in onze mondiale hersenpan - Ook de consument is allereerst een mens met verantwoordelijkheid

V. WAT MOET ER GEBEUREN? DE NOODZAAK VAN VOEDSELSOEVEREINITEIT
1. Inleiding - behoefte aan duurzame landbouw Van hoog in de lucht, een mondiaal perspectief
2. Landbouw is familiaal en sociaal Van zelfvoorziening en een goed leven - Een eigen thuis, een eigen huis - Een klein Indiaas mirakel - Landbouw en economie, een verstoorde relatie - Een zwaar miskende schat
3. Voorrang voor lokale en regionale landbouw Wanneer de landbouw wordt verraden - Beweging voor een andere politiek - De gemakkelijkheidsoplossing - Een grove vergissing - De familiale landbouw werkt vooral voor de lokale en de regionale markt - Afschermen, die handel
4. Van wie is de grond? en de andere productiemiddelen? De noodzaak van grondverdeling en de strijd voor land(bouw)hervormingen Van wie is de grond? - Landlozen - De grond… voor wie hem bewerkt - Landverdeling is essentieel maar onvoldoende - Geen landverdeling zonder landbouwhervorming - Meeste overheden verwaarlozen landbouw - Een fundamenteel debat: hoe produceren en hoe verdelen? - De zeggenschap over natuurlijke rijkdommen - Van wie zijn de zaden? - Kennis van plant en dier als publiek goed
5. Een leefbare prijs Stop de dumping - Marktafscherming - Minimumprijzen - Aanbodbeheersing - Landbouwreserves - Voedselreserves en voedselzekerheid - Fair trade
6. Milieuvriendelijke landbouw Biologische rijkdom bewaken - Een milieuvriendelijke landbouw graag - Op weg naar ecologisch duurzame landbouw - Ontsnappingsroute weg van de inputpotentaten - Biodiversiteit kan ons leven redden - Biodiversiteit beschermen - En wat met genetisch gewijzigde organismen?
7. (Het recht op) Voedselsoevereiniteit De ambities van de landbouw reiken ver - Een sociaal contract voor een duurzame landbouw - Het recht op voedselsoevereiniteit - Voedselzekerheid - Fome Zero

VI. WAT KAN ER GEBEUREN? ALLES IN EIGEN HANDEN NEMEN: PRODUCEREN, VERWERKEN EN VERKOPEN
1. Een leefbare landbouw zweert niet bij productie alleen Monopolies opbreken, waarom ook niet? - Omgaan met regressie - Macht terugwinnen op de multinationals
2. Het is goed om onafhankelijk te zijn Van melk tot kaas. Meerwaarde creëren - De markt van Erechim: rechtstreeks van landbouwer tot consument - We zijn onze eigen baas - De weerstand opbouwen, van klein tot groot - Corlac, een fabriek van landbouwers
3. Wat lukt in Brazilië, kan ook in Europa De boeren en kaasmakers van de Beemsterpolder - De hoevewinkel in Onoz - De coöperatie van gezonde producten - Boer zoekt klant - 50 boeren openen twee winkels - Verkopen is iets heel anders dan produceren
4. Afrika voedt zichzelf Bissap en gember versus Coca-Cola - De herdersvrouwen van Senegal - Nieuwe melkkiosken in Dakar - Afrique nourricière / Afrika voedt zichzelf
5. De weg van de korte keten, een lange weg Meerwaarde creëren en behouden - De korte(re) keten - Inclusief een eerlijke prijs en verzekerde afzet - Macht terugwinnen op de voedselmultinationals - Een (heel) lange weg - De potentie van een volwaardig economisch alternatief
6. De coöperatieve weg (heruitgevonden) Het kredietcomité van Méckhé - Vele coöperaties maken het boerenleven draaglijk - De economische schaal van coöperaties - Van wie zijn de coöperaties - De eeuwige spanning tussen beweging en economie - Hoe omgaan met het spanningsveld tussen beweging en economie?
7. Wat bindt boeren en consumenten? Nossa Terra: landbouwers en consumenten samen in één coöperatie - Omdat consumenten het verschil kunnen maken - Voisins de Paniers - Voedselteams - Consumenten en boeren, geen gewonnen zaak 8. Hefboomeffect voor verduurzaming langere keten Geen simpele tweedeling - Signaalfunctie en oproep tot verantwoordelijkheid - Hefboomeffect voor verduurzaming langere keten - Verandering in de supermarktrekken, bio komt eraan - Streekproducten in grootwarenhuizen - Fair trade dringt binnen in supermarkt - Eerlijke handel op een kruispunt - Boeren en fair tradebeweging, bondgenoten? - Boeren en wereldwinkeliers, partners? - Festival der labels - Ongelooflijk: Wal-Mart gaat voor duurzaamheid - Maatschappelijk verantwoord ondernemen is nog wat anders - Maatschappelijk verantwoord ondernemen als tegenmacht - Duurzaam ondernemen, niet zonder de overheid - Van de korte naar de lange keten, een proces - Van de korte en de lange termijn
9. Boeren in beweging Mobiliseren voor een andere politiek - Van syndicaat tot beweging - Te mooi om waar te zijn - Zo wordt de wereld beter - Waar blijven de maatschappelijke bewegingen? - Waar blijft het beleid? - Waar blijft de grotere welvaartsmachine?

BESLUIT - LANDBOUW, EEUWIGE PIJLER ONDER WELVARENDE STATEN EN GEMEENSCHAPPEN BIJLAGEN
-Lijst tabellen
-Lijst figuren
-Lijst afkortingen
-Lectuurlijst
-Websites Boerorganisaties en samenleving - Economie - Overheid
-Index
-Bio-bibliografie Dirk Barrez